Ileen
Montijn

 

Gesluierd

25 april 2026

Albert-Ernest Carrier-Belleuse, Vestale voilée (1860). Coll. Musée de Laon.

Albert-Ernest Carrier-Belleuse, Vestale voilée (1860). Coll. Musée de Laon.

Ik stond paf. Nooit had ik zoiets gezien, zo’n huzarenstukje van een beeldhouwer – in hout, merkwaardig genoeg. Het was in Laon, vele jaren geleden, dat ik de Vestale voilée zag, de gesluierde Vestaalse maagd van Albert-Ernest Carrier-Belleuse met een ragdunne sluier over haar gezicht en borsten. Sindsdien heb ik het kunstje vaker gezien, meestal in marmer, maar pas onlangs las ik dat er een ‘uitvinder’ is. De Italiaanse beeldhouwer Antonio Corradini maakte in 1722 een Dama velata, een gesluierde dame, die een sensatie moet zijn geweest in zijn rijke Venetiaanse klantenkring. Hij ging er méér maken, en hij kreeg navolgers, zodat her en der in collecties nu gesluierde marmeren bustes – waaronder meer Vestaalse maagden – staan. Corradini’s Napolitaanse collega Giuseppe Sammartino overtroefde hem in 1753 met een complete dode Christus onder een sluier, nog sensationeler – kijk hier maar.
     Wat is dat toch met doorschijnende stof – zijde, batist, kant – en doorschijnend materiaal – water, glas – en de weergave daarvan in de kunst, dat onze ogen er niet van af kunnen blijven? En hoe doen kunstenaars dat?
     Je leest erover in het nieuwe Kunstschrift, in een themanummer dat ‘Doorzichtig’ heet. Het gaat over geschilderde edelstenen, spiegelreflectie in tranen, water op mozaïeken, glas-in-lood, transparante kamers – het is niet goed onder één noemer te vangen, het is allemaal interessant, met als hoogtepunt een artikel van Ann-Sophie Lehmann over glas, waarin onder meer een onweerstaanbaar, piepklein glazen Venusbeeldje voorkomt. Laat het u niet ontgaan.