Reclame in Libelle, 1956
In een boek van Diane de Keyzer kom ik ‘glazen kousen’ tegen – voor nylons. (Grappig, mijn schoonvader noemde van die plastic opberghoesjes voor papier ‘glazen mappen’ – alsof het een woord voor ‘doorschijnend’ is.)
Kort na WO II werden nylon kousen bereikbaar voor steeds meer Europese vrouwen. Ze kwamen uit Amerika, en het effect was fantastisch: benen die bloot leken, maar dan gladder, eleganter, met die naad aan de achterkant. Wie geen kousen had, verfde haar benen lichtbruin en tekende met een vet potlood strepen op haar kuiten, hoor je wel eens. Conservatieve critici vonden nylons obsceen, want bloot of schijnbloot, dat was allebei even erg. Dat was een generatie eerder ook al zo geweest, maar dan met betrekking tot vleeskleurige kousen. Die waren wel niet doorschijnend, maar toch bedoeld om zo te lijken, onder de steeds kortere rokken van toen. Schande!
De Keyzers boek, overigens, heet De schaamte en de schrik, goesting en genot (2004). Het bevat verhalen van vier generaties Belgische vrouwen over de persoonlijke, intieme kant van hun leven. Mooi vanwege de herkenbaarheid, maar ook vanwege de vreemdheid, alleen al omdat het Vlaamse verhalen zijn.