Silhouetten. Foto Erik en Petra Hesmerg
Gisteren weer vergaderd met mijn vriendinnen van de Kostuumvereniging: ik zit in de redactie van het Bulletin, dat 4x per jaar verschijnt. Een van ons – de jongste – had geholpen bij het maken van de tentoonstelling Gejaagd door de Wind in het Zuiderzeemuseum. Een veelgeprezen expositie – maar één die juist in deze kring, waar mensen verstand hebben van streekdrachten (of in elk geval weten wat een rijke cultuur daar achter zit) grote wrevel oproept.
Want het gaat bij zo’n tentoonstelling niet om hoe die prachtige drachten in elkaar zitten, door wie ze gedragen werden, hoe ze zich ontwikkelden, om oude regels en gebruiken. Die ‘historische context’ lappen ze aan hun laars, het gaat om het beeld, om inspiratie voor hedendaagse ontwerpers die, zo mopperen de ingewijden, geen idéé hebben.
Het is een cultuurkloof die typisch is voor wat er in de museumwereld gebeurt. Musea zijn als de dood voor stoffigheid. Ze willen het publiek vooral niks leren; nee, het moet worden vermaakt, bekoord met frappante plaatjes die het goed doen in de krant. Intussen verdwijnt oude kennis als sneeuw voor de zon. Ach, erfgoed… het zijn toch maar kleren? Maar ik denk: als zo’n museum een knip voor z’n neus waard is, moet het allebei bieden, lering èn vermaak.