Het is een vreemd geval, de ‘herontdekte’ roman van Hella Haasse (geschreven vóór Oeroeg, dat geldt als haar debuut). Hij verscheen in 1947 bij uitgeverij Allert de Lange, in een reeks boeken die een beeld gaven van beroepsmogelijkheden voor jonge mensen. Kleren maken de vrouw speelt aan een modeacademie, een particuliere school waar je het vak van modetekenares – of modeontwerpster – kon leren.
Wat me verbaasde bij het lezen, is hoe ongelooflijk schools en suf het is geschreven. Het is een meisjesboek, iets waarover sommige dames-recensenten erg enthousiast deden. Cissy van Marxveldt vonden ze ook zo geweldig… maar hallo, de Hella van 1947 is een kruk vergeleken bij de Cissy van 1920, de vergelijking is absurd! Haasses boek is samengesteld uit brave, correcte, plichtmatige zinnen: dit is geen schrijven, het is opschrijven.
Nog verbazender is dat het boek helemaal niet over mode gaat, en zelfs nauwelijks over kleren. De meisjes op Studio Alexander, ergens in Amsterdam-Zuid, moeten leren tekenen, en van dat tekenen wordt veel werk gemaakt; stofuitdrukking, het verschil tussen satijn en linnen zeg maar, dat moest worden weergegeven met potlood of inkt, in zwart-wit. Dat was moeilijk, en vergde eindeloze oefening.
De schrijfster lijkt duidelijk te willen maken dat het modevak niet een en al glamour is. Maar dat het wel degelijk te maken heeft met inspiratie, dat het gaat over ontwerpen, over vorm geven aan stof, over veranderende lijnen, roklengtes, kleuren, nieuwe ideeën, smaak, maakbaarheid – en dat dat leuk is – is in het boek niet terug te vinden. Volgens mij had Hella Haasse geen flauw benul van mode.