Maria Fritzlin, Lezend meisje 1908 (Coll. Simonis & Buunk, Ede)
Vanochtend Olivia herlezen, een kostschoolroman, gepubliceerd in 1949, waarvan de schrijfster zich Olivia noemde: Olivia door Olivia dus. Er hing iets geheimzinnigs rond dat boekje, en niet alleen vanwege de anonimiteit. Het ging over de liefde van een leerlinge voor een lerares op een Franse kostschool, Les Avons. Dat werd vroeger, toen kostscholen bij de rijken nog iets gewoons waren, een groot gevaar geacht: dwepen, ‘ongezonde gevoelens’. Tenminste, op meisjesscholen.
Op jongensscholen was er ook een kwaad, zo erg dat het nauwelijks genoemd kon worden: zelfbevlekking. Ze leerden het van elkaar, zo werd gezegd. Veel sport, een propvol werkrooster en ijzeren discipline waren de aangewezen middelen om het tegen te gaan. Meisjes dweepten, jongens masturbeerden, was het idee. Dat meisjes dat laatste ook konden, schijnen veel mensen niet eens te hebben geweten, wat misschien wel een heel gelukkige conspiracy of silence was, want onder de jongens zijn sommige tot wanhoop gedreven omdat zij die vreselijke zonde niet konden afzweren. Op de fameuze Nederlandse kostschool Noorthey pleegde in 1881 een leerling zelfmoord om die reden. Of zat daar toch meer achter, iets anders? Over misbruik door leraren, een kwaad dat mensen ècht kan beschadigen, spreken de boeken niet, en dat is achteraf onbegrijpelijk.
Olivia was een groot succes, werd in vele talen vertaald en zelfs verfilmd. De schrijfster was Dorothy Bussy (1865-1960), een zusje van Lytton Strachey, bevriend met André Gide. Toen ik het voor het eerst las, moet ik een jaar of 14 zijn geweest. Ik dacht dat ik het was vergeten, maar bij herlezing bleek ik hele passages nog precies te kennen. Een mens is gevoelig op die leeftijd.