Martin van Creveld
De grofste vulgariteit die ik in jaren in de krant heb gelezen, was opgetekend uit de mond van Martin van Creveld, krijgshistoricus: ‘vechten is het grootste plezier dat een mens kan hebben met zijn broek aan’ (dat is niet letterlijk, ik ben die krant kwijt, uit boosheid waarschijnlijk).
Van Creveld heb ik altijd voor een scherpzinnig man gehouden: hij kon uitleggen dat oorlogen ontstaan doordat er legers bestaan, en dat je om de wereld veiliger te maken beter die legers kunt afschaffen, dan terroristen opsporen. Ik wist wel dat hij daar zelf niet speciaal vóór was – zoals ik – maar vond dat een interessante observatie. Dat Van Creveld daarbij in zijn eigen land, Israël, een vreselijke havik was, was natuurlijk een beetje jammer.
Maar in dat recente interview spreekt hij over de menselijke neiging tot oorlogvoeren in termen die duidelijk maken dat hij dat niet ziet als een zwakte die je zou moeten bestrijden, nee, hij vindt het mooi. Een soort oernatuur: het kost wat (levens), maar dan heb je ook wat. Dat idee is natuurlijk verwerpelijker dan iedere vulgaire formulering – maar van iemand die doorgaat voor een denker is de combinatie van beide misschien het pijnlijkst.