Treurbeuk in het Beatrixpark, Amsterdam
Sinds de uitvinding van de romantiek dromen mensen van wonen in de ‘vrije’ natuur. Als ze rijk zijn leggen ze parken aan rond hun huizen, en beschilderen ze binnen kamers met landschappen (de eerste generaties Buddenbrook zitten steeds in het Landschaftszimmer). Wie er een beetje werk van maakt, schept in zijn park ook besloten ruimten, zoals een loofgang – een tunnel, helemaal overgroeid met het gebladerte van fruitbomen of beukenhaag. Een berceau, heet dat in het Frans, een wieg: in de Rijksmuseumtuin is zo’n betoverende loofgang. Maar wat ook prachtig is, en wat ik sinds mijn kindertijd niet had meegemaakt, is het huisje onder de afhangende takken van een treurbeuk. Bij een vriendje van mijn broer stond zo’n beuk in de tuin. Zondag vonden V. en ik er een in het Beatrixpark. Even speelden we in het huisje, twee opgetogen kinderen van middelbare leeftijd.