Ileen
Montijn

 

Verre mannen

13 mei 2007

J. C. Bloem

J. C. Bloem

Er lopen twee stille, sombere mannen door mijn jeugd- herinneringen – maar ik kan niet bij ze, ik was te klein, de één zou ik me beter willen herinneren, naar de ander had ik meer moeten vragen. De eerste is mijn grootvader, de notaris, die nog maar een schim van zichzelf was nadat mijn grootmoeder was overleden: hij kon niet verder zonder haar. Ik zie hem nog vaag voor me, lopend op een brede stoep in Hillegersberg. De ander is de dichter Jacques Bloem, een vriend van mijn andere grootvader (die ik wèl heb gekend). Bloem kwam er wel eens op bezoek, voor zijn dood in 1966, maar alles wat ik weet, omdat oma het eens vertelde, is dat hij een klein hondje bij zich had waar hij veel van hield. Ze waren allemaal geboren in 1887, Bloem en mijn opa’s: dat werd mijn ijkjaar. Wat daarvóór gebeurd is, is ver weg. Maar Bloem, en Opa Delft – waarom was ik niet nieuwsgieriger, heb ik niet meer gevraagd? Wat heb ik nou aan dat hondje?