Het was een echte kleine sensatie in de Amsterdamse upper ten in het najaar van 1883. Op de wereldtentoonstelling op het Museumplein was Mia Cuypers, een dochter van de beroemde, katholieke architect, verliefd geworden op een Chinees, en hij op haar. Taen-Err-Toung heette hij, en het scheen wel een nette jongen te zijn – maar toch! Drie jaar hielden haar ouders de verbintenis tegen, toen mochten ze trouwen.
De affaire werd nog eens opgerakeld toen Lodewijk van Deyssel (een volle neef van Mia) er in 1892 een feuilleton over publiceerde in het blad Eigen Haard onder de weinig subtiele titel Kruising van rassen. Later is dat, onder de nauwelijks minder rare naam Blank en geel, als boekje nog eens uitgegeven. Ik had er hoge verwachtingen van – maar helaas, Lodewijk is zonderling on-informatief, en schrijft bijna uitsluitend in bloemrijke bewoordingen over de woelingen in het hart van de jonge ‘May’. Aan het eind wordt ze zó ziek dat haar ouders het huwelijk wel moeten toestaan. Wat Van Deyssel nog niet kon weten, is dat het in werkelijkheid een paar jaar later vreselijk mis zou lopen, en zou eindigen in een bittere strijd over de vier kinderen – net als tussen gewone mensen, zeg maar.