A. Stevens, Sarah Bernhardt (1885), Armand Hammer Collection, L.A.
Peinzende vrouwen, starende vrouwen, wanhopige vrouwen. Vrouwen met een brief, een wereldbol, een kostbaar olifantje – maar altijd in een weelderige jurk: dat is de schilder Alfred Stevens (1823-1906), wiens werk nu in het Van Goghmuseum hangt. Het deed me denken aan die vreemde boektitel, Woman as decoration. (Een boek uit 1917, geschreven door Emily Burbank, vol met adviezen hoe je als vrouw zo voordelig mogelijk voor de dag kunt komen). Decoratieve vrouwen – nutteloosheid ligt op de loer, het kàn haast geen grote kunst zijn… of wel?
‘Als ik arme lieden schilder noemt men mij diepzinnig, als ik een mooi geklede vrouw schilder, ben ik oppervlakkig,’ zo ongeveer schijnt Stevens eens gezegd te hebben. Hij heeft gelijk. Je wijst een schilder toch niet af om zijn onderwerpen? De vraag is alleen: heeft hij er iets interessants mee gedaan, heeft hij ons iets te vertellen? Ik vind van wel. Er zijn een paar echt mooie schilderijen bij, en daarnaast geeft hij een bijna beklemmend beeld van het tijdperk van de nutteloze vrouwen: vrouwen die door de cultuur waarin zij leefden veroordeeld waren tot nietsdoen en mooizijn. Bovendien mag ik graag kijken naar al die stoffen, die jurken, die overdadige interieurs. Heel soms maakte Stevens een portret. Bijvoorbeeld van Sarah Bernhardt, die niet alleen een gevierde actrice was, maar ook van hem leerde schilderen: alles behalve een nutteloze vrouw dus.