Ileen
Montijn

 

Ridderlijkheid

27 januari 2012

Kruisridder van aardewerk, 13de eeuw (Collectie STAM, Gent)

Kruisridder van aardewerk, 13de eeuw (Collectie STAM, Gent)

De ridder is terug in het openbare debat: de schipbreuk van de Costa Concordia heeft heel wat ontketend. Het blijkt dat de mannelijke opvarenden minder dan hun lotgenoten op de Titanic geneigd waren om vrouwen en kinderen voor te laten gaan, de reddingboten in. Waarom worden jongens niet meer opgevoed tot ridderlijkheid? zo vragen mensen zich af, en klagen over de beschaving.

Ik geef toe dat ik ook veel houd van hoffelijke, dappere mannen, en dat ik graag voorgelaten zou willen worden in zo’n huiveringwekkende situatie. Ook word ik graag in mijn jas geholpen, en door een deur, als u begrijpt wat ik bedoel. (Trouwens, zou de mythische feministe waarover je altijd hoort, die zulke gebaren verontwaardigd van de hand wijst, wel echt bestaan?)

Maar de ridderlijkheid aan boord van de Titanic had een erg nare tegenhanger in het klassenbewustzijn dat heerste aan boord. Van de passagiers eerste en tweede klasse werd ruim de helft gered (320 van de 610). Van de ruim 700 derde klas-passagiers nog geen 180: een kwart. Sommige passagiers derde klasse dachten in 1912 dat de boten alleen voor de 1ste- en 2de-klaspassagiers waren: zij huisden nu eenmaal op de onderste dekken en hadden het botendek zelfs nooit gezien.