En hop! hebben we weer een nieuw jaartal. Het went elke keer sneller. Al sinds vorig jaar ligt op mijn naaitafel uitgespreid een wollige lap stof van mooi gemêleerd blauw, de kleuren van Monets Nymphéas. Hij kostte 5 euro op de vintage-markt in ons buurtcentrum, en er kan denk ik net een hesje uit, lekker warm voor ’s avonds in mijn leunstoel – misschien zelfs met mouwen. Hoe pak ik dat aan?
Vanzelf pak ik een lievelingsboek van me, dat ik lang geleden óók op een rommelmarkt kocht: Making simple clothes, the structure and development of clothes from other cultures, door Ida Hamre en Hanne Meedom, in 1980 vertaald uit het Deens in het Engels. Het bevat patronen van poncho’s en peplums, tunieken en kaftans, kielen en djellaba’s, anoraks en kimono’s van over de hele wereld. Heel veel rechte hoeken, simpele lijnen. De bepalende rol van de stofbreedte wordt uitgelegd, maar ook het nemen van de maat, varianten van kragen en capuchons worden beschreven en getoond. (Pre)historische hemden en vesten komen langs, sluitingen… ik word altijd weer blij als ik erin blader. Misschien omdat alles zo eenvoudig en overzichtelijk is. Ja, zo waren kleren in een wereld waar geen overdaad heerst, maar zuinigheid. Ik ga aan de slag.