Ito Shinsui, 'Wenkbrauwpotlood' (detail). Kleurenhoutsnede op papier, 1928. Coll. Rijksmuseum Amsterdam.
Het enige potje nagellak dat ik, overvallen door de behoefte aan een kleurtje op mijn teennagels, in huis kon vinden heette Tart Deco. De kleur dan. Hihi: ouwehoeren-roze. Het is inderdaad een fel soort oud-roze. Ik heb het er toch maar op gedaan. Blote voeten van iemand die ouder is dan achttien zijn nooit mooi, maar zonder lak is het helemáál niks.
Bij het verven heb ik altijd de vreemde indruk dat je de nagels blindeert, dichtmaakt – alsof het raampjes zijn waardoor je daarna niet meer naar binnen kunt kijken. ‘Het kleedt toch een beetje meer,’ zei de generatie van onze moeders. Ongekleed, dat willen we nog steeds niet zijn, niet als we enige smaak hebben.
Vandaag, op straat en in het Rijksmuseum, in de hitte, zagen zij die de meeste kleren aan hadden, er met gemak het mooiste uit. Dunne broeken, losse hemden met lange mouwen, leve het Oosterse voorbeeld.
Voor de tweede keer zag ik de Japanse prenten van Elise Wessels. Wat een leuke tentoonstelling, ook over kleding gesproken. Maar misschien dat in Japan een vrouw pas echt gekleed is als zij haar wenkbrauwen heeft geaccentueerd met een wenkbrauwpotlood.