Giorgione, De drie leeftijden
Ja maar, ja maar, werpt een vriend tegen – het bejaardenhuis kan iemand die verzwakt is, en die steeds eenzamer wordt, ook veel goed doen. Meer bedrijvigheid om je heen, meer mensen: hij heeft een tante die opbloeide en weer iets voor anderen kon betekenen toen ze op die manier weer onder de mensen kwam. Hm, sputter ik: je moet niemand dwingen. Nee… dwingen is niet goed, daarover zijn we het eens. Maar het komt voor, en niet iedereen kan maar het beste stil het einde afwachten met zijn eigen troep om zich heen. Niets is zeker, niets is eenvoudig, en zeker niet als het om oud worden gaat. En toch: als er één belofte is waarmee je alle zeventigjarigen blij zou kunnen maken, was het deze: je hoeft nooit naar een bejaardenhuis.