100 Objects to represent the world, no 67: the phallus
Het moet begin 1992 zijn geweest, dat in NRC Handelsblad een collage stond van vijftig kleine foto’s (15×30 mm) van ontblote mannelijke delen. Het was een beeld uit een expositie in Wenen, bedacht door Peter Greenaway (de man die de laatste jaren zo aan de weg timmert met zijn hersenspinsels over Rembrandt). Daar hing het onder de titel The phallus als één van honderd objecten om de wereld te verbeelden, of zoiets – en zowel in de krant als in een museum was dat in 1992 tamelijk sensationeel. Ik schreef er dan ook een column over, toen.
In het Volkskrant-magazine van gisteren staat een pagina met 196 kiekjes van hetzelfde onderwerp, maar dan met de heren in wakkere staat, en in kleur. Fotoredacteur Frank Schallmaier haalde ze van homo-websites, waar liefhebbers digitale foto’s van zichzelf plaatsen, als reclame. Homo-sites, digitale foto’s, internet – wat is er veel veranderd sinds 1992! Het krankzinnige van de plaatjes in de Volkskrant is dat de fotografen, om te laten zien hoe groot ze geschapen zijn, voorwerpen naast hun erectie hebben afgebeeld. Mobieltjes, spuitbussen, colablikjes, zulke dingen. Het effect is lachwekkend, en tegelijk van een bodemloze, tragische lelijkheid.
Als ik het goed begrijp is ook deze collage weer in een museum te vinden, althans, op een kunstbeurs: de Art Amsterdam in de RAI. En inderdaad, ik schrijf er nu opnieuw een stukje over. Dus eigenlijk is er ook weer niet zó veel veranderd, de laatste zeventien jaar.