Ileen
Montijn

 

Twee tantes

31 oktober 2012

Begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente, Zeist

Begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente, Zeist

Tante Tonnie was van 1883, tante Mien van 1889. Tonnie heb ik nooit gekend, Mien wel; maar het meeste weet ik over beiden uit de herinneringen van mijn vader.

Mien was op haar 59ste getrouwd met oom Willy Hasewinkel, een aardige man met een aardbeineus en een Duits accent. Hij was Hernhutter. Mien had besloten pas te trouwen als zij de overgang achter de rug had, want zij wenste geen kinderen – dit was een radicale, maar afdoende oplossing. Het huwelijk duurde 21 jaar. Nu liggen Mien en Willy alweer jaren in Zeist, gescheiden in de dood: de Hernhutters begraven hun Zusters en hun Broeders apart.

Tante Tonnie mocht van haar ouders niet trouwen met haar vriend Piet; hij was te gewoon, en ook nog sociaaldemocraat. Maar ze zagen elkaar veel, en hadden zelfs samen een zomerhuisje in Lunteren. Toen Piet toch een jongere vriendin kreeg, schijnt Tonnie op het station Hollands Spoor in Den Haag daar een keer slaags mee te zijn geraakt. De omstanders genoten, en tante Tonnie moet in haar woede haar broer hebben laten bellen, die directeur was van de Haagse tram. Hij kwam niet zelf, maar schakelde de hoofdcommissaris van politie in, die de dames wist te kalmeren.

Lezer, het laat u allemaal siberisch en u hebt gelijk. Maar als het uw eigen familie was, was dat anders, en de wijze les van vandaag is: haal uw oude ouders over om hun herinneringen op te schrijven. Of vraag ze om verhalen, en schrijf die op.