Moor aan de Fondamenta dei Mori, Venetië
Klakkerdeklakkerdeklak: het lijkt wel alsof de rolkoffer is uitgevonden voor Venetië. Wie daar een koffer zonder wieltjes heeft is gek, en driekwart van de mensen heeft koffers, want dat zijn de toeristen. Maar toerist of ingezetene, iedereen gaat te voet, langs kades, over bruggetjes en stoepjes – en in het toeristische centrum in gekmakende drommen.
In de normalere buurten zie je wel eens een jonge man met een vrachtje, twee plastic kratten bijvoorbeeld, balancerend op zijn hoofd, zoals Afrikaanse vrouwen doen. Tussen hoofd en vracht ligt een ringvormig kussentje. Ik wilde er geen foto van maken, omdat die stomme toeristen, die alles fotograferen, zo’n plaag zijn in de stad… zinloze schroom natuurlijk: alsof je iets tegen kunt houden door je niet te gedragen als wat je nu eenmaal bent.
Er is ook een speciale, voortvarende Venetiaanse pas – een soort zwembadpas, waarmee de bewoners langere afstanden afleggen.
Na een paar dagen vielen ons behalve de Venetiaanse pas ook de Venetiaanse neuzen op, die vaak groot, smal en neerwaarts gebogen zijn. Mooie neuzen. Een voorbeeld durfde ik wel te fotograferen: een stenen man, zijn vracht helaas op zijn schouders, niet zijn hoofd, met een kloeke ijzeren neus. Hij staat op de hoek tussen de Morenkade en het Morenpleintje, en zal dus wel een Moor zijn. Zijn neus – een prothese van onbestemde leeftijd – is eigenlijk te breed om Venetiaans te zijn, dus het is in alle opzichten behelpen. Toch vond ik het wel een leukerd.