Ileen
Montijn

 

Camus en Simenon

25 maart 2008

Georges Simenon (1903-1989)

Georges Simenon (1903-1989)

De troost van mijn koortsige dagen was Georges Simenon. Iemand (Paul Theroux) had in het Times Literary Supplement een mooi stuk geschreven over Simenon en Camus: de laatste een ploeterende weinigschrijver die voor zijn kleine oeuvre in 1957 de Nobelprijs voor literatuur kreeg – de ander iemand die, vol vertrouwen dat diezelfde eer hem weldra te beurt zou vallen, honderden en honderden romans, detectives en verhalen produceerde. Vergeefs, wat die prijs betreft.

Maar was Simenon als schrijver nu minder? Heus niet, meent Theroux, en ik ben het met hem eens. Tot nu toe ken ik alleen zijn Maigretboeken, niet de romans zoals La veuve Couderc (1942) dat volgens Theroux zo sprekend lijkt op La Chute, verschenen in hetzelfde jaar. Maar als hij op dreef is, is hij geweldig, een observator, een psycholoog (daar was hij trots op) en vooral een ongelooflijk vakman die de lezer meeneemt, hem meesleept en veel te beleefd is om ooit verveling te laten opkomen. Kom daar maar eens om in onze dagen.