Ileen
Montijn

 

Verloren

5 juli 2008

Sie trug den Becher in der Hand, – ihr Kinn und Mund glich seinem Rand – zo begint een gedicht van Hugo von Hofmannsthal. Ik ken het al zo lang als ik me herinner, het is prachtig, het gaat over een jonge ridder in een toernooi en een meisje dat hem een beker wijn komt brengen. Zij loopt met vaste tred, hij dwingt met gemak zijn paard tot stilstand… maar er is zoiets geladens tussen die twee, dat de beker bij het overhandigen op de grond valt – und dunkler Wein am Boden rollte. Al jaren bezit ik het deeltje uit de Insel-reeks waar het in staat, nummer 461.

Gisteren zocht ik het op: ik wilde het gedicht, waarvan ik altijd maar flarden weet, toch eens echt uit mijn hoofd leren. En toen stond het er niet in. De bladzij waar het moest staan ontbrak, hij was er uitgescheurd. Hoe kan dat? Ik herinner me daar niets van, is het altijd zo geweest, heb ik het zelf gedaan, een eeuwigheid geleden? Als ik een nieuw koop, zal ik nooit meer met mijn handschrift van 1974 mijn naam en het jaartal op het titelblad kunnen zetten.