Krantenverkoper c. 1900
Iedere lezer wil tenminste één keer zelf in de krant. Dat zei lang geleden een ervaren redacteur van de Haagsche Courant tegen me. Ik heb daar nog vaak aan teruggedacht: het is waar, en het geldt niet alleen voor streekkranten – zoals mijn zegsman nog dacht – maar voor alle media, ook de omroepen. De lezer/kijker vindt zichzelf het interessantste, het nieuws is volkomen secundair. De laatste jaren roepen alle kranten hun lezers dan ook voortdurend op om hun verhalen in te zenden, hun foto’s, hun mening te geven, om mee te doen – de voxpop (zoals deftige journalisten dat vroeger noemden) is oorverdovend geworden.
Het heeft dus iets logisch dat de publieke omroep steun probeert te krijgen met de leuze de publieke omroep vertelt UW verhaal. Gênant is het natuurlijk wel: wat nou, mijn verhaal? Maar minstens zo gênant vind ik het radiospotje waarmee ze dat doen, en waarin ze zichzelf ineens presenteren als voorvechters van onafhankelijke journalistiek. Je hoort dan achter elkaar vier, vijf verslaggevers een politicus aanspreken – en elke keer op brutale, sarcastische toon. Niet alleen is dat niet mijn verhaal: ik wil daar zelfs niets mee te maken hebben.