Ileen
Montijn

 

Geheimtaal

12 juni 2011

F.W.M. Deutmann, Larense boerin (aquarel) Coll Simonis & Buunk

F.W.M. Deutmann, Larense boerin (aquarel) Coll Simonis & Buunk

Toen ik klein was, spraken mijn ouders wel eens Frans, als wij kinderen niet mochten horen wat ze zeiden. In de loop van de tijd werd dat ouderwets-deftige gebruik een soort grapje, waar wij vrolijk nasaal nabauwend aan meededen; als we er ooit onder hebben geleden ben ik dat vergeten.

Vroeger gebruikten de rijken het Frans om niet door hun personeel te worden verstaan. Marcellus Emants beschrijft daarvan een staaltje in Juffrouw Lina (1888), een boek dat – uitzonderlijk voor hem – zich afspeelt onder kleine boeren. Twee dames uit de stad komen het boerderijtje bezoeken waar Lina woont, die ooit de dienstbode van één van hen was. Toen ze dat werk niet meer aan kon is zij met een boer getrouwd.

Lina, zenuwachtig maar vol trots en zelfs enigszins ijdel, leidt ze rond. Ze toont de keurige stal, het blinkend schone melkhuis, de zomer- en de winterslaapkamer. Soms zeggen de bezoeksters iets tegen elkaar in het Frans, en dan denkt Lina dat ze elkaar op iets bijzonders wijzen. In werkelijkheid zeggen ze de vreselijkste dingen over haar waar zij bij staat – Emants schrijft ze op in het Frans, dat zijn lezers natuurlijk begrijpen. In de pronkkamer merken de dames helemaal niet, zoals Lina denkt, de Friese staartklok op. Nee, ze zeggen dat ze het hier afschuwelijk donker en benauwd vinden, en dat ze hier pour tout l’or du monde niet zouden willen wonen.

Als Lina ze tevreden de wastafel aanwijst en uitlegt dat ‘… zo’n beetje afspoelen bij de pomp, dat is niks voor mij…’ dan zegt een van de dames tegen de ander: Ces paysans sont d’une saleté… Het is een kleine kunstgreep, dat Frans, maar de scène is even wreed als onvergetelijk.