Tegen 1900 drongen de zegeningen van de industrialisatie door in het dagelijks leven. Een daarvan waren koekjes, officieel ‘biscuitjes’ geheten; koekjes komen van de bakker, biscuitjes uit de fabriek. Mensen die voorheen geen enkele luxe hadden, konden nu bij de thee – goedkope thee kwam ook op de markt – koekjes eten, petit-beurre bijvoorbeeld.
Het bescheiden, maar o zo heerlijke petit-beur’tje is in Frankrijk uitgevonden in 1886, in Duitsland geïntroduceerd in 1891 (Leibniz Butterkeks, let op de 52 tandjes), en in Nederland in 1911, natuurlijk door Verkade. In de jaren zestig waren ze er nog, daarna heeft Verkade ze afgeschaft. Waarom? In petit-beurre hoort echte boter, waardoor ze niet onbeperkt houdbaar zijn, en dat werd te duur… De Nederlander proeft met zijn portemonnee, zoals Adriaan van Dis eens heeft opgemerkt.
PS: De véritable petit-beurre van Lu blijkt óók 52 tandjes te hebben, net als de Butterkeks van Bahlsen: wel lef, om iets wat je zelf van een ander hebt gepikt, te gebruiken als waarmerk. Hoeveel tandjes zouden de petit-beurres van Verkade hebben gehad?