Al een paar keer ben ik naar bed gegaan met Erasmus, om voor het slapen nog wat te lezen in zijn boekje over goede manieren, De civilitate morum puerilium, waarover ik laatst al schreef. Ik heb een herdrukje van een heel bijzondere uitgave uit 1678, lekker voor de talengek: na elke paar Latijnse woorden – de oorspronkelijke tekst dus – staat de Nederlandse vertaling van die woorden.
Ook zijn hoofdstuktitels toegevoegd. Zo vind je dus gemakkelijk een passage ‘De Neus-gaten’, die begint als volgt: Purulentia mucoris absit a naribus laet de vuyligheit van snot af zijn van de neusgaten, quod est sordidorum ’t welck de morsige menschen eigen is. Zo is het!
Deze uitgave werd gebruikt op scholen; Erasmus’ boeken waren daar verplichte leesstof, zeker toen in 1625 een algemeen schoolreglement voor de Republiek der Nederlanden was ingevoerd. Leerlingen leerden Latijn aan de hand van zijn teksten – en tegelijk goede manieren. Maar tweetalige uitgaven zoals deze vonden de autoriteiten te gemakkelijk; in Amsterdam werden ze een paar jaar later, in 1682, zelfs uitdrukkelijk uit de scholen verbannen. Zuiver Latijn en anders niets moest het zijn.