Ileen
Montijn

 

56-up

9 januari 2013

Beeld uit 7-up

Beeld uit 7-up

De Engelse, repeterende documentaires 7-up, 14-up enzovoort – een groep kinderen, vanaf hun zevende om de zeven jaar geportretteerd – vond ik altijd fascinerend. Kinderen uit arme, en uit rijke gezinnen, je leerde ze kennen, zag hoe ze zich ontwikkelden, wat ze werden, hoe ze reageerden op de gebeurtenissen in hun leven…

Deze keer vond ik er ineens niks meer aan. Nu wisten we het wel: steeds weer het beeld van die drie ouwelijke ventjes die beweerden dat ze de Financial Times lazen en wisten welk hun college in Cambridge zou worden – en inderdaad, zo ging het, keurige mannen zijn het geworden, die reuze genuanceerd praten over het onrecht in de wereld en aan liefdadigheid doen.

Daar tegenover het vrolijke straatjochie dat jockey wilde worden maar taxichauffeur werd, en zich later zelfs een huis in Spanje kon veroorloven, maar met zijn gezin lijkt het toch niet heel goed te gaan. De idealist die in de derde wereld ging werken, laat trouwde en nu cricket speelde bij de privéschool waar hij les geeft, en de sloeberige vrouw die zo haar best heeft gedaan in de bibliobus (die vervolgens werd opgeheven), en die nu op haar kleinkind past en de eindjes amper aan elkaar kan knopen.

De hele opzet was natuurlijk tendentieus, de kinderen waren of bevoorrecht of, zoals dat heet, kansarm – ik mag hopen dat als er meer daar tussenin waren gekozen, het beeld minder deprimerend zou zijn geweest. Misschien ook niet. Dat het leven onrechtvaardig is wisten we inmiddels wel; dat de meeste deelnemers nu gelukkiger waren dan 21 jaar geleden hadden we kunnen weten. Maar helaas was het geheel daardoor ook saaier geworden, en misschien was het die combinatie van onrecht en saaiheid die me wrevelig stemde.