Fiep Westendorp, Strand. Tekening voor Bobo. 1978
De Fiep Westendorp-tentoonstelling in het Rijksmuseum is nog leuker dan ik had verwacht. Zó levend, zó grappig, zo treffend getypeerd zijn haar figuren dat je, als je weer buiten bent en om je heen kijkt, voortdurend mensen ziet die zij getekend zou kunnen hebben. Datzelfde effect, dat het geconcentreerd kijken naar het werk van een kunstenaar je eigen blik beïnvloedt, deelt zij met veel grote… kunstenaars, wil ik opnieuw schrijven. Zij was toch een kunstenaar? Hans den Hartog Jager beweert van niet, in het boekje dat de tentoonstelling begeleidt (en dat overigens geweldig is, kóóp het vooral). Ik weet niet waarom.
Lopend door die twee zalen met tekeningen moest ik denken aan Nijntje. Dat saaie, stijve, internationaal succesvolle Nijntje van Dick Bruna, dat in musea (ook het Rijks) geëerd wordt alsof het geweldig is. Nee, het is niks! Nijntje kan niet in de schaduw staan van Floddertje – die emmer blauwe verf die van de ladder kukelt! Van Jip en Janneke, die in grotemensenfauteuils naar de radio zitten te luisteren, van een stoet van vogels, die door een raam gaat vliegen… Dick Bruna stileerde dood, Fiep Westendorp riep stilerend een hele, levende, eigen wereld op.