Ileen
Montijn

 

Een huwelijk

30 januari 2016

Huwelijksfoto freule Cécile de Jong van Beek en Donk en Adriaan Goekoop, 25 augustus 1890

Huwelijksfoto freule Cécile de Jong van Beek en Donk en Adriaan Goekoop, 25 augustus 1890

‘Man en vrouw zien er uit alsof ze per ongeluk op dezelfde foto terecht zijn gekomen,’ schrijft Elisabeth Leijnse treffend over de trouwfoto van Cécile de Jong van Beek en Donk en Adriaan Goekoop. Hij staat in haar boek Cécile en Elsa, strijdbare freules, een weldadig leesbare, leerzame en verrassende dubbelbiografie. (Mijn bespreking stond gisteren in NRC Boeken.)

Ze pasten inderdaad niet bij elkaar: Cécile ambitieus, eigenwijs, geëxalteerd, haar man eenzelvig, somber, labiel. Voor haar deugde nooit iets, ze keurde zelfs zijn naam af – Adriaan moest voortaan Paul heten. Hoe verzin je het!

Intussen heeft zij, de feministe, de rest van haar leven van zijn geld geleefd. Hij was schatrijk, en over het huwelijkscontract was keihard onderhandeld. Hij maakte haar triomf, de grote Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 mogelijk. Hij ondersteunde (via haar, dat eiste ze, het moest via haar) ook haar zusje Elsa, haar moeder, haar talloze goede doelen. Zelfs na hun scheiding, ja zelfs na zijn dood bleef het geld komen. Zij eindigde, na een tweede huwelijk, als een bazige, bittere, bigotte weduwe in een dorp in Frankrijk.

Haar trouwjurk, overigens, was niet nieuw maar al minstens een jaar oud, weet haar biografe. De zwarte garneringen misschien wel, die waren toepasselijk omdat enkele weken eerder haar vader was overleden. De stok in haar hand lijkt een opvallend grote en-tout-cas, parasol èn paraplu tegelijk. Alsof ze zich alvast wapende.