Ileen
Montijn

 

Altijd een reserve

19 mei 2020

Hier in huis zegt af en toe iemand: ‘I always carry a spare’. Dat gaat dan over zakdoeken – huisgenoot D. heeft er inderdaad altijd eentje extra bij zich. Het citaat is uit Busman’s Honeymoon van Dorothy Sayers, waar Lord Peter Wimsey een betraande getuige te hulp schiet met een zakdoek als een wapenstilstandsvlag. ‘It’s quite clean,’ zegt hij vrolijk, ‘I always carry a spare’. Harriet, met wie hij pas is getrouwd, vindt het net iets voor hem: ‘you are too well trained by half,’ denkt ze bij zichzelf.
Verderop blijkt die enorme zakdoek van zijde te zijn. Van zijde… was dat normaal onder aristocraten, in 1937? Het lijkt me niets prettig, maar de schrijfster zal het wel geweten hebben.

Misschien komt er een herwaardering van de zakdoek, nu er zo veel te doen is over mondkapjes – je kunt ook heel goed een mondkapje improviseren van een flinke herenzakdoek en twee elastiekjes, filmpjes op Youtube laten het zien. Zou je daarmee straks in de trein mogen? Bandana’s mogen vast niet; de mondkapjes moeten weliswaar medisch ineffectief zijn, maar ze moeten denk ik toch op mondkapjes lijken.

Bandana’s zijn natuurlijk niets anders dan boerenzakdoeken met een buitenlands paspoort. Op de website van de Zakdoekwinkel (punt nl) zag ik een ‘Bandana rood Oud-Nederland’: een boerenzakdoek van het toeristische type met een windmolen, een kerktoren en een zeilschip er op, van het gulle formaat 54×54 cm voor 2,95. Niet gek voor zo’n mooi staaltje fusion.

Het is overigens een prachtige webwinkel. Ik droom nu van de blauw-geruite herenzakdoeken die ik er zag, type Rouen, 50×50 centimeter, hele mooie dikke kwaliteit, een dozijn voor 21,95. Een dozijn! Huisgenoot D. zal ze niet willen, die wenst alleen witte. Maar voor geïmproviseerde mondkapjes lijken ze me ideaal.