Drie financieel directeuren op een foto van Merlijn Doomernik in NRC Handelsblad (12/3/2016), pagina E8 (detail)
Wie gaat er nu zo zitten? Benen over elkaar, en dan het onderste been, volkomen onlogisch, evenwijdig aan het bovenste zetten. Het antwoord: honderdduizenden vrouwen doen het. Nooit vanzelf, altijd omdat zij het hebben geleerd, of afgekeken.
Het is een truc. Ik herinner me nog vagelijk dat ik het ontdekte – misschien wel in het boekje Bekoorlijk en behoorlijk, waaruit keurige meisjes konden leren zich aantrekkelijk te presenteren. (Interessant in dit oorspronkelijk Engelse boek, bewerkt door de latere feministe Ageeth Scherphuis, waren de tips voor kantoormeisjes, zoals wat je aan moest trekken als je ’s avonds nog een ‘afspraakje’ had en niet tussentijds naar huis kon. Kantoor, afspraakje? Ik ging naar school en kon me er niets bij voorstellen.)
Maar die parallelle-benen-zit was een vondst. Als je erop let – en dat doe ik sindsdien altijd – zie je hem overal waar vrouwen ‘zich presenteren’. Je benen worden er op slag slanker van, je wordt bijna een mannequin. Het is de enig mogelijke manier waarop een dame zittend haar benen kan kruisen.
Deze foto deed me voor het eerst beseffen hoe volstrekt belachelijk het is. Dit zijn serieuze, normale, succesvolle, werkende vrouwen: waarom zitten ze zo? Maar waarom let ik er dan op? Omdat, zoals ik hier eerder heb geschreven, een vrouw altijd óók een aangekleed lichaam blijft. Terwijl een man, die is gewoon een pratend pak.