Vlnr John Scott Russel, Henry Wakefield, Isambard K. Brunel en Lord Derby bij de tewaterlating van de Great Eastern, 1858 (foto Robert Howlett)
Dit zijn echte kerels. Het is 1858. De man met de sigaar is de Engelsman Isambard Kingdom Brunel, ingenieur, en een groot bruggen-, tunnel- en spoorlijnenbouwer. Hij staat samen met Henry Wakefield (zijn rechterhand), de eigenaar van het dok John Scott Russell en Lord Derby (uiterst rechts) te kijken naar de tewaterlating van de Great Eastern die hij had ontworpen en gefinancierd – het grootste oceaanschip dat ooit had bestaan. Het was 211 meter lang en kon vierduizend passagiers vervoeren, plus genoeg kolen om in een keer naar Australië en terug te varen.
Maar ik kijk naar de mannen in hun doorleefde pakken van zware wol. (Hier is een link naar een grotere versie van de foto.) Ik kijk naar hun malle hoge hoeden, type kachelpijp, die ze lijken te dragen zonder zich daar in het minst van bewust te zijn. Zij hebben wel wat anders aan hun hoofd dan hun kleren: dat schip, die Leviathan gaat het water in. Misschien is dat wat de foto zo leuk maakt, je ziet niets van de self-consciousness die op foto’s uit die tijd zelden ontbreekt.
Het lijkt volkomen terecht dat de foto in zwart-wit is, wat zou je hier nu voor kleur verwachten? Maar zwart-wit is misleidend. Misschien is een van de pakken wel bruin, misschien heeft iemand een blauwe strop aan. Van de wereld van anderhalve eeuw geleden begrijpen we al weinig; toch is alleen al het gevoel van nabijheid dat zo’n foto oproept, prettig.