Ileen
Montijn

 

De moord en de waxcoat

15 oktober 2021

Groep jagers voor een buitenplaats op Zuid-Beveland in 1888 (foto coll. Rijksmuseum)

Groep jagers voor een buitenplaats op Zuid-Beveland in 1888 (foto coll. Rijksmuseum)

‘Ik geloof dat als ik met niemand rekening hoefde te houden, ik nooit vlees of bouillon tot me zou nemen,’ schreef Belle van Zuylen, meer dan 200 jaar geleden. Zij formuleerde voorzichtig, maar nu hoort u het eens van een ander: vlees is agressie, vlees is moord.

Een bijzondere vorm van die moord is jagen. Daar ging Belles verzuchting dan ook over, en haar woorden worden geciteerd in een fraaie, pas verschenen bundel over dat onderwerp: De jacht. Een cultuurgeschiedenis van jager, dier en landschap. Jagen is sinds eeuwen het aller-elitairste tijdverdrijf, voorrecht van de adel (Belles kringen), verbonden met macht en grondbezit. De jacht was ook het laatste privilege dat bleef bestaan, zo lezen we in het boek: pas de jachtwet van 1923 maakte een eind aan het recht van de edelman om te jagen in de hele provincie waar hij woonde.

Wat gebleven is, is de elitaire associatie bij dit tijdverdrijf, het beeld, en dan vooral in kleding. De waxcoat, de peperdure laarzen, de loden jas, de jagershoed, ja, de hele country style-mikmak roept eigenlijk maar een ding: trara! We gaan op jacht!