Ileen
Montijn

 

Een zooitje zilver

16 december 2019

‘Hebt u dat niet nodig met Kerstmis?’ vroeg een medewerker van de goud- en zilverkoperij bij het zien van de vorken, lepels en servetringen voor mij op tafel. ‘Nee hoor…’ zei ik schaapachtig – in plaats van vrolijk te roepen dat ik thuis nog kisten vol had, en dat de knecht al bezig was met poetsen. De saaie waarheid was dat ik dit zooitje zilver kwijt wilde wegens niet mooi/niet praktisch/niet dierbaar. Het veilinghuis was vriendelijk doch lauw geweest, en had me de naam genoemd van de firma in oude edelmetalen waar ik het kon brengen, ter omsmelting: Drijfhout. Het was niet ver.

Zo kwam het dat ik daar zat, met tegenover mij een andere medewerker die met zijn loepje naar merktekens speurde, iets wat toch een beetje voelt alsof je zelf gekeurd wordt. Maar de uitkomst was geruststellend; op de mededeling dat vrijwel alles zilver van ‘tweede gehalte’ was, was ik voorbereid. Dat is heel gewoon, zegt iedereen troostend, en helemaal niet zo véél minder waard. Alleen een zilveren ketting, pardon collier, en een oud, beschadigd vlindertje hadden geen merkjes, die moest de keurmeester even achter de schermen ‘analyseren’ – zij bleken ‘eerste’ te zijn. Terwijl hij weg was zag ik mijn kans schoon om nog een afscheidsfoto te nemen. Tot slot kreeg ik geld: een kleine stapel biljetjes die mijn portemonnee lekker dik maakte. En ja, die kon ik wél goed gebruiken met Kerstmis.