Ileen
Montijn

 

In een Maison de Couture

21 november 2019

In februari 1949 vertrok mijn moeder voor een half jaar naar Parijs. Zij werd au-pair bij de Prinets, een gezin met vier kleine kinderen dat woonde aan de Rue de Seine, ‘in het oude vieze Parijs’, zoals zij aan haar verloofde schreef. Het appartement was net een konijnenhol met allemaal gangetjes, maar het lag op 4 en 5 hoog, ‘wat heerlijk is, want zo zien we veel lucht en de meeste kamers liggen op het zuiden’. 

Twee etages lager woonde Mademoiselle Prinet, de zuster van mijnheer, en die nam haar meteen op haar tweede dag mee naar een Maison de Couture: een excursie, samen met een paar studentes.

‘We drongen echt in ’t binnenste van de deftige zaak binnen! Mlle. Prinet kende de eigenares. Er werd daar in een atelier een mannequin geroepen die in ‘robe de chambre’ verscheen, toen hielp de stof uitzoeken en voorts haar genoemde jas afwierp en voor ons stond in een eenvoudig nauwsluitend zwart onderjurkje. Die mannequin was net een pop, vreselijk opgemaakt en ’n beetje dom en ook z.g. een beetje knap! De te maken jurk werd helemaal op de ‘pop’ gespeld en daarna kwam de tekenaar om het te tekenen. Eerst maakten ze een middagjurkje voor ons en toen een avondjurk. Enig om te zien hoe uit zo’n lap door een charmante Franse vrouw een jurk getoverd wordt! Een speldje hier, een plooitje daar… hè, ik wou dat je ’t gezien had!’

De naam van de couturière liet Marijke, die in Parijs ‘Mlle. Marie-Christine’ heette, onvermeld, net als die van de naaischool die zij zelf even later ging bezoeken, en waar zij degelijke klok- en plooirokken leerde maken.

Dat we die namen missen is jammer, maar de verhalen in de brieven zijn heerlijk om te lezen: ik zal er hier nog wel vaker op terugkomen.