Ileen
Montijn

 

Leve de linnenpers

5 mei 2021

Ach, het linnenpersje. Geen idee hoe lang mijn ouders het al hadden, ik denk al sinds hun trouwen. Pas toen ik allang volwassen was, zag ik wat een bescheiden exemplaar die van ons was, vergeleken bij de kloeke gevaartes die je tegenkomt in kastelen en museumhuizen. Bij het verdelen van het ouderlijk meubilair viel de linnenpers na aanvankelijke twijfel – wat moest ik ermee? – aan mij toe. En nu ben ik iedere keer blij als ik het grote bed opmaak, blij met de scherpe vouwen in mijn lakens.

(Dat is een eeuwenoud soort vreugde. Op zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderijen zie je bedgordijnen en andere textilia met zulke vouwen. Ze verwijzen naar rijkdom: hier is een linnenpers in huis, en voldoende textiel om het daar na het wassen een tijdlang in te bewaren.)

Ik weet niet hoe ik het ooit zonder heb gedaan; vooral omdat je er ook nog zo goed een paar hoeden op kwijt kunt.