Ileen
Montijn

 

Louvre-Lens

4 januari 2013

Louvre-Lens, 3 januari 2013

Louvre-Lens, 3 januari 2013

Op een verloren terrein bij het Noord-Franse stadje Lens, in een voormalig mijnbouwgebied vol oude slakkenbergen, ligt sinds kort een nieuw museum. Het staat niet, het ligt: een uitgestrekt gebouw, zilvergrijs in een streek waar alles grijs is. Niet spectaculair, geen ‘icoon’, maar een doos, een platte doos van glas en zacht glanzend aluminium. Louvre-Lens, gebouwd in drie jaar tijd als een dépendance van het Parijse Louvre, ging op 12 december open voor het publiek. Op 28 december werd Simon (5 jaar) verwelkomd, de honderdduizendste bezoeker. De rijen voor de ingang deden denken aan volksverhuizingen.

Nu gaat het beter; gisterochtend waren we zo binnen. In de Galerie du Temps, één grote zaal, ontvouwt zich de hele kunstgeschiedenis tot 1850 in 205 exquisiete kunstwerken. Het was er druk – dit deel van het museum is gratis toegankelijk – maar niet té. Veel ouders met kinderen, veel Fransen. Ze keken naar Sumerische grafgiften, Griekse beelden, schatten uit China, steeds maar een enkel werk, maar dan wel top. Een Rafaël, een Rembrandt, een ironisch glimlachende, marmeren Diderot, en aan het eind La liberté guidant le peuple van Delacroix, het triomfantelijke schilderij uit 1830 dat je al uit de verte toestraalt. Vrijheid voor iedereen – en cultuur voor iedereen. Voor zoiets moet je geloof ik toch in Frankrijk zijn.