Ileen
Montijn

 

Thomas Rap 40

1 oktober 2006

Tiepolo

Tiepolo

Het was feest in de Kleine Komedie gisteren – een soort bonte avond ter ere van Thomas Rap. Die is al meer dan zeven jaar dood, maar hij leeft voort, zoals dat heet, in veler herinnering als de opgewektste, excentriekste, rommeligste en charmantste aller uitgevers. Naar hem ging ik toe, toen ik bedacht had dat ik Leven op Stand 1890-1940 wilde schrijven – mijn eerste ‘echte’ boek. Ik heb daar nooit spijt van gehad.
   Van de viering van ‘veertig jaar Thomas Rap’ – de uitgeverij is na zijn dood overgenomen door de Bezige Bij – had ik weinig verwachtingen, maar het bleek een leuk feestje te zijn, zeer in de geest van de overledene.
   Het leukst was Herman Finkers, die een liedje zong over de hemel, waar hij ooit nog samen met Thomas een goede lingeriezaak hoopte te bezoeken. Zo’n zaak zouden ze daarboven zeker wel hebben, wist hij, en tegen het bezwaar dat de hemel niet bestond en gewoon maar verzonnen was, bracht hij in: de veertigste van Mozart en de liedjes van Jacques Brel, die zijn toch ook verzonnen?