Ileen
Montijn

 

Zwetende zondaar

1 april 2019

Altijd hongerig naar fijne oude romans kwam ik Alie Smeding tegen: Sylvia Witteman, die dezelfde honger kent, schreef over haar boek De zondaar (1927) en de beklemmende dwang tot ‘fatsoen’ in die tijd.

Als boek is De zondaar voor zijn tijd juist behoorlijk gewaagd, reden waarom de recensenten het een vod vonden. Maar voordat u u naar de dbnl haast: het is een vre-se-lijk boek. Trager dan traag ontvouwt zich de handeling, die in drie zinnen is samen te vatten. Ziehier: jongen en meisje worden verliefd en trouwen. Hij werkt zich kapot om hogerop te komen, terwijl zij nooit zin heeft in van dattem. Uiteindelijk zoekt hij zijn heil bij anderen en zijn ze allebei ongelukkig.

Vele honderden bladzijden gaat het door met getob en narigheid. Maar allengs begon ik van één ding steeds meer last te krijgen: van het zweten. De hoofdfiguur Dirk, met zijn zondige verlangens, is aldoor verhit. Van vermoeidheid, van schaamte, van de zenuwen, en natuurlijk van begeerte. Tientallen keren heeft Alie Smeding het over zijn zweten (mijn vader zou het boek alleen al daarom ook een vod hebben gevonden: ik mocht dat hele woord als kind niet gebruiken.) Ze heeft om de spanning op te voeren niet zoveel stijlmiddelen tot haar beschikking, en dit vond ze kennelijk een goed idee.

Maar ik wéét wat voor kleren een leraar zoals Dirk in die tijd droeg: wollen borstrokken, overhemden met stijve boord, en daar overheen weer wollen pakken met vest. En ook, dat men in die kringen op zijn hoogst eens in de week in bad ging. Al lezend kreeg ik het steeds benauwder bij de gedachte aan hoe die man moest ruiken – bijvoorbeeld in een scène waar hij en een jong meisje dat hij bijles geeft, steeds dichter bij elkaar komen, en elkaar tenslotte in de armen vallen. Huuu!

Nee, dan Couperus, in wiens schaduw Alie Smeding nog niet eens kan staan. Bij hem gaan de personages af en toe douchen of in bad; hij schreef minstens één onvergetelijke badkamerscène. Tuurlijk, dat ik liever hem lees dan haar ligt aan meer dingen. Maar dat ik met moeite tot het einde van De zondaar ben gekomen, lag toch voor een groot deel aan de zweetlucht.